Logo van FUMO

Protocol voor gevolgen brand met zonnepanelen hard nodig

Bij de uitslaande brand bij Houthandel Van der Wal in Noardburgum op 20 mei 2021 ging een grote loods en het woonhuis van de familie in vlammen op. Op het dak van de loods lagen zo’n 1.600 zonnepanelen. Er stond die dag een stormachtige wind, die ervoor zorgde dat de verbrande resten van de zonnepanelen in de wijde omtrek (ca 10 kilometer) terecht kwamen. Na de brand onderzocht de FUMO in opdracht van de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast Fryslân en Tytsjerksteradiel (als coördinerende gemeente) de omvang, ernst en de risico’s van de vervuiling als gevolg van de brand.

Aize Terpstra van de FUMO coördineerde het onderzoek naar de resten van de zonnepanelen: ‘De dagen na de brand zaten de boeren in de omgeving met de handen in het haar. Het verspreidingsgebied bestond voornamelijk uit grasland. Het jonge gras stond hoog op de weilanden en moest nodig gemaaid worden. Maar hoe ernstig was de verspreiding van de resten van de zonnepanelen? Kon het gras nog wel als veevoer gebruikt worden? Zo niet, wat moest er dan met het gras gebeuren? En wie draaide op voor de kosten? Er was bij iedereen veel onduidelijkheid en we konden niet terugvallen op een protocol of eerdere ervaringen met een dergelijk incident.’

Wat zijn de gevolgen wanneer door brand resten van zonnepanelen in de omgeving verspreid raken? De risico’s hebben we niet goed in beeld, want een brand zoals in Noardburgum kwam nog niet vaak voor in Nederland. Een soortgelijk incident heeft plaatsgevonden in Rutten (provincie Flevoland). Daar brandde bij een bedrijf een groot aantal schuren af waarvan de daken vol zonnepanelen lagen. Ook hier kwamen deeltjes van de zonnepanelen door de rookwolken in de omgeving terecht en konden boeren eerst niet oogsten.

Twee sporen

Het bleek niet eenvoudig om tot een onderzoeksopzet te komen. Aize Terpstra: ‘We wilden eerst in kaart brengen wat de ervaringen zijn met branden met zonnepanelen. Maar al snel bleek dat er geen vergelijkbare gevallen zijn zoals in Noardburgum. Dus moesten we zelf een aanpak ontwikkelen. Daarbij werden we geholpen door een aantal getroffen boeren die met ons meedachten over oplossingen.’

De FUMO werkte het onderzoek langs twee sporen uit:

  1. Kunnen boeren het gras als veevoer gebruiken?
  2. Als het niet geschikt is als veevoer, wat moet er dan met het gras gebeuren?

Het tweede spoor bleek de grootste uitdaging. ‘Vergisten in een biovergister is geen optie, want gras levert geen methaan op en de vervuiling komt terecht in de meststof die uit de vergister komt. Composteren kan ook niet want dan komt de vervuiling ook in het milieu terecht. Storten is te duur en omdat gras voor 80% uit water bestaat is verbranden in een afvaloven ook geen optie. De beste oplossing tot nu toe lijkt de grasdrogerij.’

Ook als boeren het gras willen gebruiken als veevoer, komt de grasdrogerij in beeld. De resten van de zonnepanelen lijken na een brand zeer poreus. Door het maaien, hakselen in de graswagen en bewerking in de grasdrogerij worden de meeste scherpe deeltjes verpulverd. Het gras moet daarna nog wel door een laboratorium geanalyseerd worden op de aanwezigheid van giftige stoffen die in zonnepanelen zitten zoals cadmium en lood.

‘Met een analyse op toxines en metalen kan een landeigenaar zelf nagaan of het gras voldoet aan de normen voor diervoer. De vraag is nog wel op welke stoffen je het gras laat analyseren. Voor de hand liggend zijn de stoffen die in de zonnepanelen zitten zoals Cadmium en lood. Hier doen wij als FUMO geen uitspraak over, want dat is niet onze rol. Ook geven wij geen oordeel over geanalyseerd gras en wanneer dit geschikt is als diervoer. De eigenaar van het gras is hiervoor verantwoordelijk en de NVWA is de instantie die toezicht moet houden.’

Protocol hard nodig

De afgelopen jaren kiezen veel bedrijven ervoor om hun daken te bedekken met zonnepanelen. En langs snelwegen zie je steeds meer velden vol zonnepanelen verschijnen. Een logische ontwikkeling, want we willen immers minder afhankelijk zijn van fossiele energie. Hiervoor is ook een landelijke transitie-agenda opgesteld.

Maar met die toename van grootschalige toepassing van zonne-energie neemt ook het risico op calamiteiten toe. De brand in Noardburgum maakt duidelijk dat er behoefte is aan een protocol voor branden met zonnepanelen. Via de gemeenten, Veiligheidsregio, LTO en FUMO is dit signaal ook bij de Rijksoverheid neergelegd. In een persoonlijk onderhoud met de Staatssecretaris is dit verder onder de aandacht gebracht.

Aize Terpstra: ‘Branden waarbij grote hoeveelheden zonnepanelen zijn betrokken gaan steeds meer voorkomen. Een goed protocol vergelijkbaar met het asbestprotocol is daarom gewenst en noodzakelijk. Niet in de laatste plaats voor de overheden, maar ook voor de eigenaren en verzekeraars.’