Logo van FUMO

De achteruitgang van houtopstand in Fryslân

In Fryslân staan niet alleen elzensingels, houtwallen en kleine hakhoutbossen, maar ook bomenrijen langs de weg, bomen in parken en dorpsbosjes. Deze houtopstanden zijn beschermd volgens de Wet Natuurbescherming. Het gaat daarbij om alle bomenrijen vanaf twintig bomen en bosjes van minimaal tien are buiten de bebouwde kom. In opdracht van de provincie voert de FUMO de toezicht- en handhavingstaken uit met betrekking tot houtopstanden. Hilda Meines werkt als toezichthouder Wet Natuurbescherming bij de FUMO en zij merkt dat de houtopstand in Fryslân achteruitgaat.

“Je hebt de boswachter en ik ben de bosjeswachter”, grapt Hilda Meines. “Ik werk in het buitengebied en controleer of alle bomen en bosjes er nog staan.” Als burgers, boeren, terreinbeherende organisaties en overheden bomen in een houtopstand willen kappen, moeten zij dit melden bij de provincie via een kapmelding. “Er is vanuit de Wet Natuurbescherming geen verbod op het kappen van bomen”, legt de toezichthouder uit. “Maar het doen van een melding is wel verplicht.”

Na de kap moet er binnen drie jaar een herplant plaatsvinden en dit gebeurt vaak niet. Hilda Meines: “Van de tien meldingen die wij controleren heeft er in acht gevallen geen of te weinig herplant plaatsgevonden. Er wordt ook vaak gekapt zonder kapmelding, maar hier hebben we nog geen totaaloverzicht van. Kappen zonder melding komt erg vaak voor. Dan komt er ook geen herplant, terwijl dat wel verplicht is. Op deze manier gaat de hoeveelheid houtopstand snel achteruit.”

Digitaal programma

Sinds kort heeft de provincie Fryslân een nieuw digitaal programma waar met een kaart van Fryslân verdwenen bomen en kapmeldingen inzichtelijk worden gemaakt. Met luchtfoto’s van 1996 tot 2020 kan Hilda Meines per jaar bekijken wat er met een bomenrij of een bosje gebeurd is. “Met dit programma kunnen wij in één oogopslag zien waar bomen en struiken verdwenen zijn. Ik kan dan nagaan of er een kapmelding gedaan is of dat het illegaal – zonder melding – gebeurd is.” Hilda Meines noemt dit programma een aanwinst voor haar werk.

Wet Natuurbescherming

“Wanneer gemeenten zeggen dat geen kapvergunning nodig is, wordt vaak vergeten dat de Wet Natuurbescherming nog van toepassing kan zijn”, legt de toezichthouder uit. “Men weet dan niet dat er soms nog een melding bij de provincie gedaan moet worden, onafhankelijk van wat de gemeente besluit over de kap. Wanneer buiten de bebouwde kom in een houtopstand gekapt wordt zonder melding, is het een illegale kap en dat is een economisch delict, waarop een forse boete staat. Mensen begrijpen dat dan niet, want ze hadden toch toestemming van de gemeente? De provincie en de FUMO gaan daarom meer aan voorlichting doen.”

Biodiversiteit

Met de achteruitgang van houtopstand gaat ook de biodiversiteit achteruit. Insecten, vogels en zoogdieren als dassen vinden daar voedsel, schuil- en nestgelegenheid. Wanneer de bomen gekapt worden en niet meer terugkomen, verliezen deze dieren een deel van hun leefomgeving. Bovendien zorgen bomen en struiken voor zuurstof en vangen ze CO2. “Om de klimaatdoelen te behalen, moeten we in ieder geval zorgen dat we ons huidige bomenbestand behouden”, vindt Hilda Meines.